Basis waarop de bijdragen berekend worden

1.1 Socialezekerheidsbijdragen

Grondslag: B.W. 07/02/1945, art. 3, KB 13/01/2014, BVR’s 13/11/2015, BVR 23/09/2016

1.1.1. Werkgeversbijdragen

De socialezekerheidsbijdragen worden berekend op basis van het loon van de zeevarende. Onder loon van de zeevarende wordt verstaan: de standaardgage vermeerderd met de overuren en met alle vergoedingen toegekend aan de betrokkene.

1.1.2. Werknemersbijdragen zeevarenden tewerkgesteld op zeeschepen geregistreerd in een lidstaat van de E.E.R.

De bijdragen van zeevarenden die tewerkgesteld zijn op zeeschepen geregistreerd in een lidstaat van de E.E.R. (zie ‘Registers van de lidstaten van de E.E.R.’, hieronder) worden berekend op het loon van de zeevarende, geplafonneerd op het bedrag dat geldt in de pensioenregeling en van toepassing is gedurende het kalenderjaar voorafgaand aan het lopend jaar. Het jaarplafondloon voor het jaar 2020 is vastgesteld op 60.026,75 euro.

Bovenvermeld plafond geldt voor de bijdragen van zeevarenden die tewerkgesteld zijn door een werkgever die behoort tot de sector van de baggerwerken op zee, op zeewaardige baggerschepen met eigen voortstuwing die ingericht zijn voor het vervoer van een lading over zee, waarvoor een zeebrief wordt voorgelegd en die geregistreerd zijn in een lidstaat van de E.E.R, voor zover zij minstens 50% van hun bedrijfstijd vervoer op zee verrichten.

Bovenvermeld plafond geldt eveneens voor de bijdragen van zeevarenden die tewerkgesteld zijn op zeewaardige sleepboten, die geregistreerd zijn in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die minstens 50% van hun bedrijfstijd vervoer op zee verrichten. Een evenredig deel van de wachttijd wordt in aanmerking genomen als zeevervoer voor de berekening van de bedoelde drempel van 50%.

Voor de rederijen die behoren tot de sector van de koopvaardij geldt deze regeling enkel als de reder een exploitatiezetel heeft in het Vlaamse Gewest.

Registers van de lidstaten van de E.E.R.

Als registers van de lidstaten worden beschouwd:

  • alle eerste registers van de lidstaten
  • de volgende registers die in lidstaten gelokaliseerd zijn en onderworpen zijn aan het recht ervan:
  • DIS: het Deense internationale scheepsregister,
  • ISR: het Duitse internationale scheepsregister,
  • MAR: het internationale scheepsregister van Madeira,
  • het Italiaanse internationale scheepsregister,
  • het register van de Canarische eilanden,
  • de registers van de Kerguelen, de Nederlandse Antillen, het eiland Man, Bermuda, Cayman (onder de voorwaarden zoals bepaald in punt 2.2, tweede alinea, van de Richtsnoeren),
  • register van Gibraltar.

1.1.3. Werknemersbijdragen zeevarenden tewerkgesteld op zeeschepen die niet geregistreerd zijn in een lidstaat van de E.E.R.

De socialezekerheidsbijdragen worden berekend op basis van het loon van de zeevarende. Onder loon van de zeevarende wordt verstaan: de standaardgage vermeerderd met de overuren en met alle vergoedingen toegekend aan de betrokkene.

1.2 Arbeidsongevallenpremie

Grondslag: W. 10/04/1971

De premie arbeidsongevallenverzekering en de bijslag reclassering mindervaliden worden berekend op een forfaitair basisloon (zie 1.4) in functie van de rang van de zeevarende.

1.3 Bijkomende premie bij verblijf in een oorlogszone of risico op piraterij

Grondslag: K.B. 28/12/1971, art. 6bis

A) Premie zone met verhoogd risico op piraterij

Reders ter koopvaardij zijn sinds 15 juni 2015 een bijkomende premie verschuldigd aan Fedris voor het risico op piraterij. De premie bedraagt 0.164% van het basisloon per man per verblijfsdag in de zone ‘verhoogd risico’ zoals bepaald in de beslissing van het Paritair Comité voor de Koopvaardij van 21 april 2015 tot activering van de CAO voor piraterij, dat wil zeggen: de Golf van Aden + 400 nautische mijl van de oostkust van Somalië, met als grenzen:

  • ten westen: kustlijn op de grens van Djibouti en Somalië tot positie 11 48 N, 45 E; van 12.00N, 45 E tot Mayyun Island in de Bab El Mandeb Straits;
  • ten oosten: van Rhiy di-Irisal tot Suqutra Island tot positie 14 18 N, 53 E, van 14.30 E tot de kustlijn aan de grens tussen Jemen en Oman, samen met een zone van 400 mijl vanaf de oostkust van Somalië, i.e. van Suqutra Island naar beneden tot de grens met Kenia in het Zuiden.

Een bijkomende premie voor verblijf in een zone met hoger risico op piraterij van 0.164% op het basisloon per man per dag verblijf is vanaf 7 juli 2015 verschuldigd voor verblijf in de Golf van Guinea, meer bepaald de territoriale wateren van Benin en Nigeria met inbegrip van de havens en terminals, het deltagebied van de Nigerrivier, de binnenwateren en havenfaciliteiten, behalve wanneer het schip veilig is afgemeerd in een bewaakt havengebied. De dag van invaart in en de dag van uitvaart uit de zone gelden beide als een volledige dag, behalve wanneer in- en uitvaart plaatshebben tijdens dezelfde dag.

B) Premie zone met een verlaagd risico op piraterij

Een bijkomende premie piraterij van 0,016% van het basisloon voor een verblijf in de zone met een lager risico piraterij, overeenstemmend met het gebied waarvoor het KB van 11 februari 2013 de toelating verleent om een beroep te doen op privébewaking, en dat grenst aan het gebied waarvoor al een bijkomende premie piraterij werd geheven van 0,164% van het basisloon.

Het KB van 11 februari 2013 breidt het gebied waarvoor toelating wordt verleend om een beroep te doen op een maritieme veiligheidsonderneming om het schip te beveiligen tegen piraterij uit tot het zeegebied in de golf van Guinee, vanaf de grens van de territoriale wateren van de gevatte kuststaten en begrensd op zee door de verbinding van de coördinaten:

  1. 17° 20’ 00 Z, 11° 50’ 00 O
  2. 17° 20’ 00 Z, 10° 00’ 00 O
  3. 10° 00’ 00 Z, 10° 00’ 00 O
  4. 0° 00’ 00 Z, 0° 00’ 00 O
  5. 0° 00’ 00 Z, 10°00’ 00 W
  6. 10° 00’ 00 N, 20° 00’ 00 W
  7. 20° 45’ 00 N, 20° 00’ 00 W
  8. 20° 45’ 00 N, 17° 00’ 00 W

De dag van invaart in en de dag van uitvaart uit de zone gelden beide als een volledige dag, behalve indien in- en uitvaart plaatshebben tijdens dezelfde dag.

C) Premie oorlogszone

Een bijkomende premie voor verblijf in een oorlogszone van 0.328% op het basisloon per man per verblijfsdag is vanaf 7 juli 2015 verschuldigd voor verblijf in alle havens van Jemen: een schip wordt geacht zich in de oorlogszone te bevinden vanaf het ogenblik dat het aangemeerd is tot het de ligplaats verlaten heeft. De dag van invaart in en de dag van uitvaart uit de oorlogszone (…) gelden beide als een volledige dag, behalve wanneer in- en uitvaart plaatshebben tijdens dezelfde dag.

1.4 Forfaitaire lonen en premies arbeidsongevallen

Officieren In euro
Dek
Kapitein 45.711,80
Eerste officier 45.711,80
Tweede officier 45.711,80
Derde officier 45.711,80
Vierde officier 45.711,80
Aspirant-officier 45.711,80
Aspirant-matroos 45.711,80
Eerste stuurman 45.711,80
Tweede stuurman 45.711,80
Machine
Eerste (hoofd-) werktuigkundige 45.711,80
Tweede werktuigkundige 45.711,80
Derde werktuigkundige 45.711,80
Vierde werktuigkundige 45.711,80
Vijfde werktuigkundige 45.711,80
Eerste elektricien 45.711,80
Aspirant-werktuigkundige 45.711,80
Werktuigkundige automatisatie 45.711,80
Aspirant-werktuigkundige automatisatie 45.711,80
Scheepsgezellen In euro
Pompman 45.711,80
Bootsman 45.711,80
Eerste kok 45.711,80
Kok en hofmeester 45.711,80
Kok bootsman 45.711,80
Matroos 42.479,32
Volmatroos 45.711,80
Volmatroos/wiper 45.711,80
Wiper/matroos 45.711,80
Tweede kok-bakker 45.711,80
Steward(ess) met meer dan één jaar dienst 45.711,80
Shoregang In euro
Officieren (dek en machine) 45.711,80
Ceelbaas (officier) 45.711,80
Bootsman 45.711,80
Timmerman 45.711,80
Donkeyman 45.711,80
Chief-steward 45.711,80
Eerste kok 45.711,80
Ceelbaas (klas A) 45.711,80
Rigger 45.711,80
Zeilmaker 45.711,80
Onderhoudsman binnen/buiten 45.711,80
Mooringman 45.711,80
Kelner 45.711,80
Steward 45.711,80
Ceelbaas (klas B) 45.711,80
Shortsea: officieren In euro
Dek
Kapitein 45.711,80
Eerste officier 30.292,02
Officier wachtoverste 21.310,78
Aspirant officier 20.026,32
Machine
Eerste werktuigkundige 45.711,80
Tweede werktuigkundige 30.292,02
Officier werktuigkundige wachtoverste 21.310,78
Aspirant werktuigkundige 20.026,32
Shortsea: scheepsgezellen In euro
Bootsman 20.026,32
Kok 20.026,32
Matroos 20.026,32
Steward 20.026,32
Shortsea: passagiersschepen In euro
Commissaris 25.026,21
Eerste kok 21.320,98
Gouvernante (animator en hofmeester) 20.026,32
Keukenhulp 20.026,32
Elektricien 20.026,32
Ober 20.026,32
Dame linnenkamer 20.026,32
Barman 20.026,32
Afwasser 20.026,32
Commerciële passagiersschepen In euro
Kapitein 44.114,13
Eerste officier 27.571,13
Officier wachtoverste 23.159,71
Aspirant officier 20.954,42
Eerste werktuigkundige 35.291,31
Tweede werktuigkundige 27.574,85
Derde werktuigkundige 23.159,71
Kok 26.468,48
Matroos 23.159,71
Steward 20.954,42

1.5. Bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid

Grondslag: wet 30/03/1994

De wet van 30 maart 1994 voert een bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid in ten laste van de werknemers. Deze bijdrage varieert naargelang de grootte van het loon van de werknemer en zijn gezinstoestand (alleenstaand of een gezin met twee inkomens). Het bedrag van de bijdrage staat in verhouding tot het jaarlijks belastbare gezinsinkomen. De administratie der directe belastingen doet jaarlijks de definitieve afrekening bij de belastingheffing. De bedragen betaald aan de RSZ zijn dus voorschotten op de jaarlijks verschuldigde bijdrage.

    De inhouding gebeurt op het netto maandloon van de werknemer. De inhouding bedraagt:

  • 9,30 euro voor de werknemer van wie de echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft en van wie het maandloon begrepen is in de schijf van 1.095,10 euro tot 1.945,38 euro;
  • 7,60% van het gedeelte van het maandloon dat 1.945,38 euro overschrijdt en dat begrepen is in de schijf van 1.945,38 euro tot 2.190,18 euro. Voor de werknemer van wie de echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft bedraagt de inhouding echter minimaal 9,30 euro;
  • 18,60 euro verhoogd met 1,10% van het gedeelte van het maandloon dat 2.190,18 euro overschrijdt en voor zover dit maandloon begrepen is in de schijf van 2.190,19 euro tot 6.038,82 euro. Voor de werknemer van wie de echtgenoot eveneens beroepsinkomsten heeft, mag de totale inhouding evenwel niet meer dan 51,64 euro per maand zijn;
  • 51,64 euro voor zover het maandloon meer dan 6.038,82 euro bedraagt en voor zover de echtgenoot van de werknemer eveneens beroepsinkomsten heeft;
  • 60,94 euro voor zover het maandloon meer dan 6.038,82 euro bedraagt en voor zover de werknemer alleenstaande is of zijn echtgenoot geen beroepsinkomsten heeft.

1.6 Vermindering werkgeversbijdragen voor werknemers met lage lonen (werkbonus)

Grondslag: wet 20/12/1999

De wet van 20 december 1999 voert, met ingang van 1 juli 2000, een systeem in van vermindering van de werknemersbijdragen. De bedoeling is om werknemers met een laag loon een groter nettoloon te garanderen, zonder daarbij het brutoloon te verhogen.

De werkbonus bestaat uit een forfaitair bedrag dat geleidelijk vermindert naarmate het loon groter wordt. Uitgebreide informatie over de werkbonus vindt u in de administratieve instructies RSZ.

1.7 Extrawettelijke bijdragen

De extrawettelijke bijdragen ter financiering van de ‘Fondsen bestaanszekerheid’ in de Belgische koopvaardij zijn verschuldigd hetzij in de vorm van de heffing van een bijdragepercentage op het socialezekerheidsloon, hetzij in de vorm van een vast bedrag per dag waarvoor de wettelijke socialezekerheidsbijdragen verschuldigd zijn.

De RSZ informeert de rederijen over de verschuldigde extrawettelijke bijdragen, maar staat niet in voor de invordering.

Titel Documenten
Berekeningsblad Model B: Extrawettelijke bijdragen Belgische vlag Downloaden
Berekeningsblad Model B: Extrawettelijke bijdragen EU-register Downloaden
Berekeningsblad Model B: Extrawettelijke bijdragen NIET-EU-register Downloaden